Het is slecht verdeeld in de wereld

Dat is wat mijn grootmoeder zaliger vaak zei: “Het is slecht verdeeld in de wereld”.

Wanneer ze door het raam van haar appartement een leeftijdsgenoot zag voorbij wandelen, terwijl zij aan in haar zetel vastgekluisterd was wegens reuma. Of toen ik als tiener naar Griekenland reisde, terwijl ze nooit verder dan Blankenberge was geraakt. Of wanneer ze zag hoe rijke mensen het steeds beter hadden en hoe zij met haar - nochtans best wel OK overheidspensioen - toch moest opletten wat ze deed om rond te komen.

Arizona geeft haar gelijk

Het lijkt wel alsof deze regering haar uiterste best doet om mijn mémé gelijk te geven. Het is écht wel slecht verdeeld in de wereld van vandaag. Premier De Wever heeft al aangekondigd dat de komende budgetcontrole moeilijk wordt, en “dat iedereen een inspanning zal moeten doen”. Mocht hij daarmee bedoelen dat iedereen naar vermogen zal moeten bijdragen, dan zouden we daar misschien begrip kunnen voor opbrengen. Maar de voorbije twee jaar hebben alvast bewezen dat Arizona zijn best doet om ervoor te zorgen dat het niet enkel slecht verdeeld is in de wereld, maar dat ze er alles aan doen om het zo te houden.

Want de werkende mensen hebben al veel gegeven, deze met een groot vermogen niet. De werkende bevolking heeft maar weinig gekregen, terwijl de werkgevers op hun wenken bediend worden. Over slecht verdelen gesproken!

Minder koopkracht voor wie werkt

Als er één ding is waar we als Belgen fier mogen op zijn dan is het ons indexsysteem. Onze lonen volgen de stijging van de prijzen. Met vertraging, en niet helemaal, … maar toch. Als de prijzen van de producten in de winkel stijgen, dan volgen - in uitgesteld relais - de lonen en de uitkeringen.

Dat zorgde ervoor dat België zich sneller herstelde van de economische crisis die veroorzaakt werd door Covid dan de meeste andere Europese landen.

Toch vond onze regering dat het nodig was de index niet helemaal toe te passen en een zogenaamde centenindex in te stellen. Gepensioneerden die 2 000 € bruto pensioen krijgen en werkenden die 4 000 € bruto loon verdienen leverden op die manier aan koopkracht in. Concreet: ze kunnen vandaag minder kopen voor hun geld dan voorheen!

Dat N-VA en MR dat verdedigen, dat hoeft ons niet te verwonderen! Maar dat Vooruit als socialistische partij zo’n maatregel liet passeren is onaanvaardbaar. Méér zelfs, toen de vakbonden erin slaagden om met de werkgevers een alternatief voorstel uit te werken was Vooruit de eerste partij om dit af te kraken. Verbijsterend!

Flexibiliteit troef!

De Wever en consoorten hebben ons tegelijk een nog veel erger stel maatregelen door de strot geramd. De hyperflexibilisering van de arbeidsmarkt! Of zoals minister Clarinval het zegt, een liberale revolutie van de wereld van de arbeid.

De achturige werkdag wordt vandaag in de feiten ten grave gedragen! Want zeg nu zelf, de lijst van flexibiliteitsmaatregelen wordt wel heel lang: “vrijwillige” overuren tot 360 uur per jaar, afschaffing van het verbod op zondagswerk, deregulering van de nachtarbeid en het weekendwerk, uitbreiding van studentenarbeid, veralgemening van de flexi-jobs naar alle sectoren … en zo kunnen we nog even doorgaan.

Dat wordt allemaal verkocht als zijnde “modernisering of “vernieuwing”.

Wat is er dan zo “vernieuwend” aan dat studenten méér mogen (moeten?) werken tegen gunstige fiscale voorwaarden? Moeten studenten niet studeren? Is het positief dat ze méér en méér moeten werken om hun studies te kunnen betalen?

Wat is er zo fijn aan het feit dat in Limburg en Oost-Vlaanderen 36% van de busritten in de privé-sector door flexi-jobbers (vaak gepensioneerden) uitgevoerd worden? Is dat wel veilig? Verdringt dat de reguliere tewerkstelling dan niet?

Al die maatregelen hebben één constant kenmerk: we moeten méér werken om minder te verdienen. Daar is niets « modern » aan, dat is achteruitgang!

Ondertussen is de échte vraag: wat hebben werkgevers en vermogenden al bijgedragen?

Ja, de staatsfinanciën moeten op orde gebracht worden. Maar hoe komt het dan dat de werkgevers cadeaus krijgen van de regering en dat geen enkele regeringspartij dit in vraag stelt.

In 2024 kregen de werkgevers meer dan 25 miljard euro aan overheidssteun. Kan dat niet met wat minder? En waar blijft die tax op de grote vermogens waar Conner Rousseau het regelmatig over heeft?

Worden we niet allemaal nijdig als we lezen hoe Fernand Huts miljoenenwinsten doorsluist naar belastingparadijs Jersey, en zo de belastingen die hij zou moeten betalen « ontwijkt »? Vinden we het niet schokkend dat Marc Coucke destijds op de verkoop van zijn bedrijf, met een winst van meer dan 1,2 miljard euro, geen euro belastingen betaalde. Niet moeilijk dat hij de vermogensbelasting een “verschrikkelijk idee” noemde.

Mijn grootmoeder had toen al gelijk, maar vandaag nog veel méér. Het is slecht verdeeld in de wereld! En het is méér dan tijd dat socialisten daar iets aan doen.

 

Frank MOREELS
Voorzitter BTB
16 september 2026