Belasting van activiteiten onder deeleconomie via erkend platform

Vernietiging van de regeling betreffende het onbelast bijverdienen door het Grondwettelijk Hof.

 

Op 23 april 2020 vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling tot onbelast bijverdienen (zoals ingevoerd bij wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie).

Volgens de vernietigde regeling konden personen met hoofdstatuut van werknemer, zelfstandige, ambtenaar of gepensioneerde onbelast bijverdienen tot 6340 euro per jaar wanneer zij onder meer diensten via elektronische platformen verrichten. Op de bedragen die de personen verdienden onder die regeling, werden geen sociale bijdragen, noch belastingen geheven.


Oude regeling opnieuw van kracht, maar aangepast

Het Grondwettelijk Hof besliste dat de regeling overeind kon blijven tot eind 2020 indien men effectief diensten onder de deeleconomie voor een erkend platform verrichte.

De oude regeling is vanaf 1 januari 2021 opnieuw van kracht, zij het wel in aangepaste versie.


Over welke inkomsten gaat het hier?

Het gaat om de inkomsten die een privépersoon verkrijgt door het uitvoeren van diensten (die niets te maken hebben met zijn beroepswerkzaamheid) aan een andere (natuurlijke) privépersoon (die eveneens niet handelt in het kader van zijn beroepswerkzaamheid) door middel van een overeenkomst gesloten door tussenkomst van een erkend platform en waarbij de inkomsten betaald worden door tussenkomst van dat platform.


Berekening van de belasting

Als de bruto inkomsten niet meer dan 6.390 euro per jaar bedragen, is men vrijgesteld van bepaalde btw- en socialezekerheidsverplichtingen. Daarnaast geldt een belastingtarief van 20%. Van de bruto-inkomsten wordt een kostenforfait van 50% afgetrokken, waardoor de effectieve belastingdruk 10% van de bruto-inkomsten betreft.

Vanaf 1 februari 2021 moeten erkende platformen 10,70% bedrijfsvoorheffing inhouden op bruto-inkomsten.

Wanneer dat bedrag wordt overschreden, zullen de inkomsten – tenzij het tegendeel kan worden bewezen – beschouwd worden als beroepsinkomsten.