De ‘occulte’ beschermingsperiode

Wie opkomt bij de sociale verkiezingen is beschermd tegen ontslag, discriminatie en overplaatsing.

En maar goed ook, want zonder deze bescherming zou het voor de werkgever relatief eenvoudig zijn om ‘lastige’ en kritische vakbondsleden onder druk en/of aan de deur te zetten.

De bescherming van de kandidaten begint op de 30e dag die voorafgaat aan de dag waarop de verkiezingsdatum wordt aangeplakt – d.w.z. 120 dagen voor de verkiezingsdag (dat betekent concreet: tussen 12 en 25 januari 2020). De bescherming gaat dus in vóór de kandidatuur van de werknemer gekend is door de werkgever. De periode tussen het ingaan van de bescherming en de bekendmaking van de kandidatuur (op dag X+35), wordt de occulte periode genoemd. De bedoeling van deze occulte periode is te vermijden dat de werkgever de werknemer ontslaat op het ogenblik dat hij een vermoeden heeft dat de werknemer kandidaat zal zijn, maar nog voor de officiële kandidatuur.

Gedurende deze periode is elke werknemer potentieel beschermd tegen ontslag. Zo wil men vermijden dat een werkgever een werknemer ontslaat, enkel en alleen omdat hij vermoedt dat die werknemer op de lijst zal staan (een beschermde werknemer is veel moeilijker en duurder om te ontslaan dan een niet-beschermde werknemer).

De werkgever die tijdens deze ‘occulte’ periode van 65 dagen overgaat tot ontslag, neemt het risico zonder het te weten een beschermde werknemer te ontslaan en daarbij de voorgeschreven procedures niet te volgen.

Als de kennisgeving van de opzeggingstermijn of de verbreking van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging plaatsvindt vóór de dag van de voordracht van de kandidaturen, dan moet de werknemer die kandidaat is bij de sociale verkiezingen en die onregelmatig ontslagen werd zijn/haar wederindienstneming (‘re-integratie’) vragen binnen de 30 dagen na de datum van de voordracht van de kandidaturen om gebruik te kunnen maken van zijn/haar bescherming. Het verzoek tot wederindienstneming kan ook ingediend worden door de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen.

De werkgever kan nu twee posities innemen. Hij kan de gevraagde wederindienstneming weigeren en de geldigheid van de kandidatuur van de ontslagen werknemer betwisten, op voorwaarde dat hij rechtsmisbruik in hoofde van de werknemer kan aantonen, namelijk dat de kandidaatstelling van de werknemer een direct gevolg is van het ontslag (met andere woorden: de werknemer zou zijn kandidatuur slechts gesteld hebben om het ontslag te vermijden). Ofwel neemt de werkgever de werknemer onmiddellijk weer in dienst. De werkgever die weigert de effectief beschermde werknemer opnieuw in dienst te nemen zal een beschermingsvergoeding moeten betalen.