"Als we grenzen weer sluiten, dan verliest iedereen"

Interview met Europees Parlementslid Marie Arena.

“Ik begrijp heel goed dat de Belgische transportsector het moeilijk heeft. Ze lijden onder de oneerlijke concurrentie, meer nog dan andere sectoren. Dat is omdat transport per definitie internationaal is. Om een fabriek te verhuizen die hier gevestigd is, moet je al heel wat doen. Maar een chauffeur doorkruist met zijn vrachtwagen moeiteloos alle Europese grenzen. Vandaag werkt hij hier, morgen daar. In de bouwsector zijn er tot 15% gedetacheerde werknemers, in de transportsector is het aantal moeilijker te bepalen, omdat er gezien de aard van de activiteit geen detachering is. Het is echter zonneklaar dat er veel meer dan 5% buitenlandse chauffeurs in ons land actief zijn, maar dan wel aan de loon- en arbeidsvoorwaarden van hun eigen land.”

Is de Belgische transportsector dan de grote verliezer bij de eenmaking van Europa?

"Nee, dat hoeft niet zo te zijn. Je hebt twee opties. Of je bent tégen Europa en voor de sluiting van de grenzen – dat is zowat het discours van de populisten in Europa. Maar dan verliest volgens mij iedereen. De Belgische transportsector kan niet overleven met alleen nationale activiteiten. Of je kiest juist voor méér Europa en dat is voor mij de enige weg vooruit. Want door de eenmaking van de Europese markt kon de economie bloeien. Daarvan heeft zeker ook de transportsector geprofiteerd. Alleen moeten we ervoor zorgen dat we de wetgeving zo maken dat iedereen erbij wint: dat de economie nog meer groeit én alle werknemers in de transportsector goed beschermd en betaald zijn.”

Hoe maak je dat mogelijk?

“Op Europees niveau sleutelen we hard aan de bestaande wetgeving, die geen antwoord meer biedt op de huidige uitdagingen. Voor de commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken zijn 3 zaken cruciaal. Ten eerste willen we er zeker van zijn dat alle werknemers, waar ze ook werken, beschermd zijn door de sociale zekerheid. Ze moeten dus in het bezit zijn van de nodige detacheringsdocumenten. Regelmatige controles zijn nodig. Ook willen we nog een andere vorm van controle, namelijk verplicht een digitale tachograaf in elk voertuig. Dat elektronische toestel registreert de afstanden, snelheid, rij- en rusttijden van de chauffeur en eventuele onregelmatigheden.”

Moeten ook de cabotageregels worden aangepast?

“Dat is inderdaad onze tweede eis: een aanpassing van de cabotageregels, dat is het principe waarbij een chauffeur in het buitenland lost en daarna in dat land binnenlandse transporten doet.
Nu mag die 3 cabotageritten doen in datzelfde land. Maar die regels kun je te makkelijk omzeilen door even de grens over te steken en dan terug te komen. Wij vragen een tijdslimiet van 48 uur en een onbeperkt aantal ritten. Daarna mogen de chauffeur en zijn vrachtwagen gedurende 7 dagen niet meer in dat land aanwezig zijn. En dat is makkelijk te controleren met de tachograaf.”

“Een derde eis is hetzelfde loon en dezelfde arbeidsvoorwaarden voor iedereen die in hetzelfde land werkt. Let wel: het gaat over detachering, niet over cabotage. En het beste beschermingssysteem telt. Als een Belgische chauffeur tijdelijk in Bulgarije werkt, geldt het beste sociale systeem, in dit geval het Belgische. Daarnaast willen we werken aan nog betere voorwaarden voor de chauffeurs, dus een beter loon, een betere sociale bescherming en correcte rusttijden.”

Stelde de Europese Commissie geen kortere rusttijden voor?

“Klopt. De Europese Commissie wil meer flexibiliteit in het voordeel van de werkgever, dus lángere werktijden. Wij stemmen tegen dat voorstel en willen de huidige rij- en rusttijden behouden zoals ze zijn. Daarnaast willen we samen met de sectoren de omstandigheden van de overnachtingen verbeteren. Veel chauffeurs kamperen namelijk in hun vrachtwagen. Eigenlijk is het maar logisch dat de werkgevers instaan voor betere slaapfaciliteiten.”

“Er is nog een laatste voorstel van de Europese Commissie dat we graag anders zien. De Commissie wil kleine vrachtwagens uitsluiten van de wetgeving. Maar voor mij moet de wetgeving gelden voor álle vrachtwagens. Anders zijn er altijd bedrijven die achterpoortjes vinden. Met al die nieuwe voorstellen maken we een einde aan de oneerlijke concurrentie in Europa.
We zorgen ervoor dat chauffeurs bij detachering hetzelfde loon en dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als andere chauffeurs in hetzelfde land – vanaf dag 1. En we garanderen dat er een minimum aan sociale bescherming is.”

Is die nieuwe wetgeving al goedgekeurd?

“Onze voorstellen zijn al gestemd en goedgekeurd in de parlementaire commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken. Maar ze moeten ook nog besproken worden in de commissie Transport én goedgekeurd worden in de plenaire vergadering van het Europees Parlement.We zijn er dus nog lang niet en ik besef dat sommige voorstellen gevoelig liggen in bepaalde landen.
Toch moeten we alle lidstaten ervan overtuigen dat het de juiste weg vooruit is. Het is ook in onze commissie gelukt om tot een akkoord te komen. Normaal gezien zouden we in juli moeten landen met het dossier. Daarna is het aan de Raad van de Europese Unie om de voorstellen te bespreken. Wellicht komen we pas in 2019 tot een finaal akkoord.”

U zou graag ook de belastingontduiking aanpakken?

“Een groeiend aantal transportbedrijven vestigt zich in Cyprus, het land met de laagste belastingen van Europa. Toch zijn die bedrijven actief in onze contreien. Ze gebruiken dus onze wegen, maar dragen er financieel niet aan bij. Terwijl de weginfrastructuur juist zo’n zware kostenpost is voor de overheid, daar weet België alles van. Ik vind het diefstal dat bedrijven zich in belastingparadijzen vestigen en hier alle infrastructuur gebruiken. Het topic ligt helaas niet op tafel van de huidige onderhandelingen. Maar als het aan mij ligt, maken we ook daar snel werk van.”

 

 

Wie is Marie Arena?

Europees Parlementslid sinds 2014 voor de Parti Socialiste
Lid van de parlementaire commissies Internationale Handel, Rechten van de Vrouw en Gendergelijkheid
Plaatsvervangend lid van de commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken

Marie Arena is licentiate in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Ze startte haar politieke carrière als adviseur van Michel Daerden. In 2000 werd ze zelf minister van Tewerkstelling en Vorming in de Waalse regering. In 2003 verliet ze die om minister te worden van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grote Steden, Gelijke Kansen en Interculturele Dialoog in de regering-
Verhofstadt II. Ze stapte in 2004 over naar de Franse Gemeenschapsregering om er minister-president te worden. Tegelijk werd ze minister van Beroepsopleiding in de Waalse regering. Van maart 2008 tot juli 2009 maakte ze deel uit van de regering-Van Rompuy. Sinds 2014 zetelt ze in het Europees Parlement.

 

 

Dit artikel verscheen in de recentste editie van be motion, het driemaandelijkse magazine van ABVV-BTB. Lees het magazine nu volledig online.