Eindelijk een uitspraak in het proces tegen Deliveroo

Krijgen we een sector met toekomst of begraaft de rechtbank een potentiële sector in uitbuiting en sociale dumping?


Na jaren van pleiten, uitspraken en beroepen doet de rechter op 16/11 eindelijk een uitspraak over de vraag of fietskoeriers (bij Deliveroo) nu loontrekkende moeten zijn of als zelfstandige werken. Ook zal er bepaald worden of deze platformen verder kunnen gebruik maken van het fiscale regime van P2P of niet.

Een gelijk speelveld, geen sociale dumping via P2P-statuut

Eindelijk moet er duidelijkheid komen of online platformen die een duidelijke economische activiteit organiseren, in het geval van Deliveroo transport voor rekening van derden, gebruik mogen maken van het fiscale mechanisme van P2P. De laatste rechterlijke uitspraak heeft dit gebruik als foutief geclassificeerd en bepaald dat dit niet meer mogelijk mag zijn. Wij kunnen enkel hopen dat deze redenering ook in beroep bevestigd wordt en het misbruik van het P2P regime eindelijk stopt.

Frank Moreels (Voorzitter BTB): “Fietskoeriers voeren een duidelijke economische activiteit uit en bieden een algemene dienst aan. Het toelaten van een fiscaal regime als P2P zorgt dan ook enkel voor een ongelijk speelveld en een oneerlijk voordeel. De enige slachtoffers zijn de fietskoeriers waarvoor het onmogelijk is om met dit fiscaal statuut te concurreren.”

Fietskoeriers hebben nu al een plaats in de economie, met name de sector van transport en logistiek voor rekening van derden. Maar dan moet de sector wel volwassen kunnen worden. Dit kan enkel als er een economisch gelijk speelveld is waarin alle deelnemers zich moeten houden aan dezelfde spelregels. Tom Peeters (adjunct-federaal secretaris BTB sectie Wegvervoer & Logistiek): “Fietskoeriers hebben hun terechte plaats in de stadslogistiek van de toekomst. Zij kunnen enkel dit potentieel waarmaken als ze als volwaardige transportwerknemers aanzien worden. Dat ze met de correcte loon-en arbeidsvoorwaarden een inkomen kunnen bij elkaar fietsen waar ze waardig van kunnen leven.”

Duidelijkheid over de toe te passen voorwaarden

De discussie blijft over wie nu als loontrekkende moet ingeschreven worden en wie als zelfstandige kan werken. De vorige uitspraak heeft hier geen duidelijkheid in gecreëerd, door te goochelen met de specifieke criteria voor de sector maar dan toch nadien te kijken naar de algemene criteria. Zo is er enkel onduidelijkheid gecreëerd.

BTB hoopt dat de rechter hier een duidelijke uitspraak doet met aandacht voor de gemaakte afspraken. Frank Moreels: “Wat heeft het voor nut om specifieke criteria op te stellen als nadien een rechtbank deze naast zich neer kan leggen? Ofwel velt de rechtbank een oordeel volgens de specifieke criteria ofwel moet het hele systeem tegen het licht gehouden worden.”

Er moet ook duidelijkheid komen hoe ver een platform mag gaan in de voorwaarden die het kan opleggen aan zelfstandigen. Er is een duidelijk onderscheid tussen loontrekkende en zelfstandigen, en dit onderscheidt is belangrijk. Tom Peeters: “Een fietskoerier die als zelfstandige werkt moet ook echt zelfstandig zijn. De platformen waarover we het hebben bepalen alles, inclusief de hoogte van de vergoeding, wie welk order binnenkrijgt en wanneer je niet meer kan werken. Als een platform alles wilt bepalen dan kan dat maar dan zijn het werknemers en geen zelfstandigen. Het wordt tijd voor de platformen om te kiezen en zicht te confirmeren aan de Belgische arbeidsmarkt.”

Ter herinnering:

Het P2P (Peer to Peer) statuut is een fiscaal gunstige regeling die indertijd is uitgevonden om buren die elkaar wilden helpen een kleine vergoeding te kunnen geven voor de geleverde hulp.

Dit statuut is dus bedoeld voor lokale groepen van buurtbewoners of vrienden.

Het is echter gekaapt door platformen die via deze weg het arbeidsrecht willen ontduiken en op deze manier aan oneerlijke concurrentie doen ten nadele van legitieme fietskoerierbedrijven. Er wordt sociale dumping en uitbuiting georganiseerd waarbij ze op oneigenlijke wijze de arbeidskosten drukken ten opzicht van wat eigenlijk zou moeten worden betaald voor het uitgevoerde werk.