Sociaal akkoord 21-22: wat weten we al zeker

 

De sociale partners kwamen, na lang onderhandelen, tot een sociaal akkoord voor de periode 2021-22 (30 juni 2023). Het akkoord is inmiddels omgezet in collectieve arbeidsovereenkomsten in de NAR. Er zullen echter nog een aantal andere zaken nodig zijn zodat alles tot uitvoering kan komen.

Over de essentiële elementen is alvast klaarheid, met name over:

BTB geeft hieronder alvast een korte samenvatting van de belangrijkste punten.

Voor meer informatie omtrent de specifieke stelsels voor havenarbeiders, neem je best contact met het secretariaat van BTB-haven.

 

Het minimuminkomen

Het bedrag van het minimuminkomen werd bepaald afhankelijk van leeftijd en anciënniteit. Dat systeem wordt afgeschaft en zal plaatsmaken voor één enkel minimuminkomen.

Los van indexaties zal het minimuminkomen stelselmatig, gedurende een periode van vijf jaar, worden opgetrokken. De uiteindelijke verhoging zou maandelijks om en bij de 146 euro bruto bedragen. Het bedrag zal quasi netto door de werknemer worden verkregen.

De verhoging gebeurt gefaseerd:

  • 1 april 2022: + 76,28 euro bruto per maand,
  • 1 april 2024: + 35 euro bruto per maand (door aanpassingen in de personenbelasting zou dit moeten leiden tot een netto koopkrachtverhoging van 50 euro),
  • 1 april 2026: + 35 euro bruto per maand (door aanpassingen in de personenbelasting zou dit moeten leiden tot een netto koopkrachtverhoging van 50 euro).

Het actuele minimummaandinkomen bedraagt momenteel 1.625,72 euro bruto per maand of 9,87 euro bruto per uur. Rekening houdend met tussentijdse indexaties zal het bedrag in 2026 1.913.52 euro bruto per maand of 11,63 bruto euro per uur bedragen.

 

Jaar

Maandloon (bruto)

rekening houdend

met indexaties

Uurloon (bruto) 

rekening houdend

met indexacties

2021

1.625,72 euro

9,87 euro

2022

1.734,50 euro

10,53 euro

2024

1.804,90 euro

10,97 euro

2026

1.913,52 euro

11,63 euro

Lonen gelegen tussen het minimumloon en 2.611 euro bruto hebben daarbij recht op een sociale en fiscale werkbonus:

  • Een sociale werkbonus is een korting op de persoonlijk te betalen bijdragen aan de sociale zekerheid. Het bedrag van de korting is afhankelijk van het exacte loonbedrag.
  • Een fiscale werkbonus is een korting op de personenbelasting. Het is een percentage van 33% van de sociale werkbonus.

 

 

SWT

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, het vroegere brugpensioen) is een regeling waardoor oudere werknemers die ontslagen worden en aan bepaalde voorwaarden voldoen, tot aan de pensioenleeftijd kunnen genieten van een bijzonder werkloosheidsstatuut en een bedrijfstoeslag ten laste van de werkgever.  

Om toe te treden tot SWT moet de betrokkene aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder de voorziene leeftijdsvoorwaarde. Voor alle specifieke SWT’s (behalve bij SWT wegens medische redenen) wordt de instapleeftijd 60 jaar en geldt de ‘aangepaste beschikbaarheid’ bij een loopbaan van 42 jaar of de leeftijd van 62 jaar. Voor medische SWT blijven de voorwaarden ongewijzigd: 58 jaar en een loopbaan van 35 jaar.

 

Stelsel

Leeftijd

Cao’s

Beschikbaarheid

Cao’s

Zwaar beroep/

nachtarbeid/

arbeidsongeschiktheid in de bouw

+ loopbaan 33 jaar

60 jaar

Cao nr. 151

Sectorale cao vereist

62 jaar of loopbaan van 42 jaar

(voor ontslagen t.e.m. 30/06/2023 met looptijd 21/12/2024)

Cao nr. 153 +

cao nr. 155

Sectorale cao vereist

Zwaar beroep

+ loopbaan 35 jaar

60 jaar

Cao nr. 143

Geen sectorale cao vereist

62 jaar of loopbaan van 42 jaar

(voor ontslagen t.e.m. 30/06/2023 met looptijd 21/12/2024)

Cao nr. 153 +

cao nr. 155

Sectorale cao vereist




Lange loopbaan (loopbaan 40 jaar)

60 jaar

Cao nr. 152

Geen sectorale cao vereist

62 jaar of loopbaan van 42 jaar

(voor ontslagen t.e.m. 30/06/2023 met looptijd 21/12/2024)

Cao nr. 153 +

cao nr. 155

Sectorale cao vereist

Herstructurering/moeilijkheden

60 jaar

Geen NAR-cao

Ondernemingscao vereist

62 jaar of loopbaan van 42 jaar

(voor ontslagen t.e.m. 30/06/2023 met looptijd 21/12/2024)

Cao nr. 154 +

cao nr. 155

Ondernemingscao vereist

Medische redenen

(loopbaan 35 jaar)

58 jaar

Cao nr. 150

Geen sectorale cao vereist

Vrijstelling zonder voorwaarden

Op eenvoudig verzoek

 

Landingsbanen

Vanaf 55 jaar hebben werknemers in de privésector recht op een landingsbaan van 1/2e of 1/5e . Zij hebben echter geen recht op een uitkering. Een uitkering kan maar bekomen worden vanaf de leeftijd van 60 jaar.

De leeftijd om een uitkering te ontvangen, wordt teruggebracht naar 55 jaar wanneer de werknemer:

  • een lange loopbaan heeft (i.e. 35 jaar),
  • een zwaar beroep uitoefent,
  • of werkend is in een onderneming in herstructurering/moeilijkheden.

Leeftijd

Recht

60 jaar

Interprofessioneel recht op een landingsbaan van 1/2e of 1/5e met RVA-uitkering

55 jaar

Recht op een landingsbaan van 1/2e of 1/5e

met RVA-uitkering voor:

-          werknemer met lange loopbaan

(35 jaar)

-          zware beroepen

-          ondernemingen in moeilijkheden/herstructureringen

Sector- of ondernemingscao vereist

Interprofessioneel recht op een landingsbaan van 1/2e of 1/5e zonder uitkering

50 jaar

Recht op een landingsbaan zonder uitkering

in volgende gevallen:

-          1/2e landingsbaan indien
 ‘zwaar beroep met significant tekort aan arbeidskrachten’

-          1/5e landingsbaan indien zwaar beroep of beroepsloopbaan van 28 jaar

-          1/2e of 1/5e landingsbaan voor ondernemingen in herstructurering/moeilijkheden

Wie een uitkering ontvangt, zal recht hebben op een gelijkstelling voor het wettelijk pensioen. Afhankelijk van de leeftijd is er een gelijkstelling aan:

  • het normaal fictief loon: pensioenrechten worden opgebouwd alsof de arbeidstijd niet afnam,
  • het beperkt fictief loon: ter hoogte van het gewaarborgd minimum jaarloon.

Vanaf de leeftijd van 60 jaar heeft de betrokkene recht op 312 dagen gelijkstelling aan het normaal fictief loon. Voor de jaren tussen de 55 en de 60 jaar is er in principe een gelijkstelling aan het beperkt fictief loon. Voor landingsbanen in het kader van een zwaar beroep of bedrijf in moeilijkheden/herstructurering is er vanaf 55 jaar een volledige gelijkstelling aan het normaal fictief loon.

 

Leeftijd

Gelijkstelling

Vanaf 60 jaar

Normaal fictief loon voor 312 dagen

Uitzondering: volledige gelijkstelling aan normaal fictief loon ingeval van zwaar beroep en bedrijf in moeilijkheden/herstructurering

Tussen 55 en 60 jaar

Beperkt fictief loon

Uitzondering: volledige gelijkstelling aan normaal fictief loon ingeval van zwaar beroep en bedrijf in moeilijkheden/herstructurering

 

Overuren

De maximale arbeidsduur bedraagt 38 uur voor alle ondernemingen. Overuren worden door de wetgeving beperkt. Overwerk is enkel mogelijk in beperkte omstandigheden en via welbepaalde procedures.

Er geldt een interne grens van 143 overuren waarna verplicht inhaalrust moet worden toegekend. Voor overuren dient een overloon betaald te worden.

Sinds 2017 bestaat er ook een systeem van ‘vrijwillige overuren’. De Arbeidswet staat toe om jaarlijks 100 vrijwillige overuren te presteren. Via NAR-cao werd dit uitgebreid naar 120 uren. Die uren kunnen ook per sector nog worden opgetrokken tot zelfs 360 uren. De eerste 25 uren worden niet meegeteld voor de berekening van de interne grens (ook die uren kunnen worden opgetrokken op sectoraal niveau). Voor deze overuren dient in principe overloon te worden betaald, maar geen inhaalrust te worden toegekend.

Door de coronacrisis werden er in 2020 zogeheten ‘corona-overuren’ ingevoerd voor essentiële sectoren: 120 vrijwillige overuren bovenop de bestaande vrijwillige overuren. De overuren konden enkel gepresteerd worden in het 2e en 4e trimester van 2020, alsook tijdens de eerste drie kwartalen van 2021. De sociale partners zijn overeengekomen die vrijwillige corona-overuren te verlengen tot 2022 en uit te breiden naar alle sectoren (voor essentiële sectoren die reeds gebruik konden maken van de corona-overuren, zal het voor 2021 om het saldo aan overuren gaan dat nog niet werd opgebruikt in de eerste drie kwartalen). Voor 2022 gaat het om 120 bijkomende vrijwillige uren voor alle sectoren. Er is geen overloon verschuldigd, noch moet inhaalrust worden toegekend. Ze tellen niet mee voor de berekening van de arbeidsduur en de interne grens: de uren kunnen aldus gepresteerd worden bovenop de gewone en de vrijwillige overuren. De uren genieten wel vrijstelling van sociale bijdragen en belasting.

Voor overuren waarvoor een wettelijke overwerktoeslag (20, 50 of 100%) moet worden toegekend, geniet de werknemer (en de werkgever overigens ook) van een fiscaal voordeel. De werknemer heeft recht op een belastingvermindering. Die vermindering wordt in rekening gebracht bij de berekening van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing. In 2021 bedroeg de grens 130 uren (met uitzondering voor de horeca en de bouw). Deze ondersteuning blijft, maar de sociale partners wensen dat dit wordt opgetrokken naar 180 uren (tot 30 juni 2023). Het betreft het aantal gewone en vrijwillige uren samen.

 

Harmonisering van de tweede pijler – aanvullende pensioenen

In het verleden werd reeds beslist de verschillen die er bestaan in de tweede pijler tussen arbeiders en bedienden weg te werken. De wettelijke termijnen voor harmonisering worden echter aangepast. Op sectoraal niveau moet de harmonisering gebeuren tegen 1 januari 2027 (in plaats van 2023). Er werd een NAR-cao gesloten dat voor de volgende drie IPA-periodes minstens 0,1 procentpunt van de loonmarge besteed zal worden aan de harmonisering in de sectoren en ondernemingen waar dat nodig zal zijn. Op ondernemingsniveau moet de harmonisering plaatsvinden tegen 1 januari 2030 (in plaats van 2025).

Daarnaast werd overeengekomen een oplossing te zoeken voor de problemen die er bestaan met de ZIV-uitkering waaraan de pensioenen zijn onderworpen zodra de pensioenbedragen een bepaalde drempel (heden 1.597 euro) overschrijden. In sommige situaties leidt de bestaande berekeningswijze tot abnormale situaties waarbij de begunstigde van een bescheiden kapitaal (tussen de 1.597 en de 1.655 euro) meer aanvullend pensioen verliest dan het kapitaal waarover hij zou beschikken na toepassing van de ZIV-uitkering. De oplossing die hiervoor zal worden gezocht, zal ervoor moeten zorgen dat het gecumuleerde totaal van alle inhoudingen (ZIV-uitkeringen) niet hoger uitkomt dan het toegekende pensioenkapitaal.

De sociale partners vragen de regering om te voorzien in een standstill-periode voor aanvullende pensioenen. Op die manier kunnen er geen wijzigingen van de regels op vlak van sociale en fiscale inhoudingen plaatsvinden. Het doel daarvan is om voorspelbaarheid en veiligheid te garanderen.