Algemene Info

Algemene info

Ancienniteistvakantie

Afhankelijk van het aantal dienstjaren heeft een erkende havenarbeider recht op een aantal dagen anciënniteitsvakantie:
- Vanaf 5 t/m 9 jaar dienst: 1dag
- Vanaf 10 t/m 14 jaar dienst: 2 dagen
- Vanaf 15 t/m 19 jaar dienst: 3 dagen
- Vanaf 20 t/m 24 jaar dienst: 4 dagen
- Vanaf 25 t/m 29 jaar dienst: 5 dagen
- Vanaf 30 t/m 34 jaar dienst: 6 dagen
- Vanaf 35 t/m 39 jaar dienst: 7 dagen

In het jaar waarin de 5 jaar anciënniteit wordt bereikt, wordt het anciënniteitsverlof reeds toegestaan.

Om oudere werknemers te motiveren om langer te blijven werken, worden er bijkomende anciënniteitsvakantiedagen toegekend aan diegenen die beslissen hun VA-aanvraag op 55 jaar uit te stellen. Het eerste jaar uitstel worden 2 extra-dagen toegekend, elk verder jaar uitstel levert telkens nog eens een bijkomende dag op.

Een dag anciënniteitsvakantie wordt vergoed op basis van het feestdagloon en is tot beloop van de RVA-vergoeding ten laste van de RVA.

Arbeidsongeval

Een arbeidsongeval is een plotselinge gebeurtenis die een lichamelijk letsel veroorzaakt en die voorvalt tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Wie het slachtoffer wordt van een arbeidsongeval meldt dit ONMIDDELLIJK aan de werkgever, die het ongeval aangeeft aan zijn verzekeringsmaatschappij.

Het origineel doktersattest wordt aan CEPG bezorgd. Bij arbeidsongeschiktheid moet ook het loonboek worden binnengebracht op CEPG!

Elk attest tot verdere verlenging van de ongeschiktheid moet ingediend worden op CEPG alvorens de vorige ongeschiktheidsperiode afgelopen is.

Zodra alle formaliteiten werden geregeld, en nadat het medisch attest in het bezit is van CEPG, betaalt CEPG bij arbeidsongeschiktheid wekelijks voorschotten aan het slachtoffer; zodra er voorbehoud wordt aangetekend door de verzekeringsmaatschappij, of indien de erkenning van het arbeidsongeval wordt geweigerd, vordert CEPG deze voorschotten onmiddellijk terug van het slachtoffer.

Bij hervalling worden de arbeidsongevalsvergoedingen door CEPG slechts toegekend na de erkenning door de verzekeringsmaatschappij van de hervalling.

Het slachtoffer van een arbeidsongeval moet zelf de kosten die hieruit volgen voorschieten aan de zorgverstrekkers, waarna de rekeningen kunnen overgemaakt worden aan CEPG voor indiening bij de verzekeringsmaatschappij. Zodra deze laatste de uitgaven erkent en ten laste neemt, worden ze door CEPG teruggestort aan het slachtoffer.
In geen geval komt CEPG tussen in de herinneringskosten of nalatigheidsintresten die het gevolg zouden zijn van de laattijdige betaling van de oorspronkelijke kostennota of factuur door het slachtoffer!

Betaald educatief verlof

Arbeiders die een in de wet opgesomde algemene opleiding of beroepsopleiding volgen, kunnen aanspraak maken op betaald educatief verlof. De toegelaten afwezigheidperiode stemt overeen met het aantal lesuren van de gevolgde opleiding, beperkt tot maximum 80 uren voor algemene opleidingen en 100 uren voor beroepsopleidingen of indien tijdens hetzelfde jaar algemene en beroepsopleidingen worden gevolgd.

Er mag per kwartaal maximum 10% onwettige afwezigheid zijn in de lessen, anders verliest de cursist het recht op educatief verlof gedurende een periode van zes maanden.

Het opnemen van dagen betaald educatief verlof is afhankelijk van een vooraf bij CEPG ingediend attest, afgeleverd door de school en waarbij de aanwezigheid in de lessen wordt bevestigd. Een havenarbeider kan nooit meer BEV opnemen dan het aantal reeds gevolgde lesuren waarvoor hij een aanwezigheidsattest heeft ingeleverd.

Eindejaarspremie

Er bestaat een recht op een eindejaarspremie voor de havenarbeider die op 1 december van het premiejaar in dienst is.

In sommige gevallen bestaat mogelijks alsnog een recht op een eindejaarspremie voor wie op dat ogenblik reeds uit dienst is (wettelijk pensioen, overlijden, overgang naar de VA-regeling, schorsing erkenning ingevolge langdurige ziekte +1 jaar).

De eindejaarspremie wordt op 1 december of de eerstvolgende werkdag door CEPG betaald aan de rechthebbenden.

De berekeningswijze werd vastgelegd bij CAO. Het bedrag van de premie wordt voor iedere rechthebbende individueel berekend door een dagelijkse premie te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat tijdens het referentiejaar geheel of gedeeltelijk recht geeft op de premie.

Familiaal verlof

Verlof om dringende familiale redenen kan gedurende maximaal 10 dagen per jaar worden toegestaan. Het recht op wettelijke vakantie dient hiervoor niet eerst uitgeput. Een attest waaruit blijkt dat de aanwezigheid thuis van betrokkene vereist is voor een onverwachte en hoogdringende gebeurtenis is vereist.

Ongeval op weg van huis naar aanwervingslokaal of omgekeerd (OWAL)

Bij een ongeval op de weg van huis naar aanwervinglokaal of omgekeerd, dient dezelfde procedure te worden gevolgd als bij ziekte. Aangifte bij de mutualiteit binnen de 48 uur is bijgevolg noodzakelijk. Let er op dat indien er getuigen waren van het ongeval, de naam en het adres van deze getuigen vermeld worden; bij voorkeur wordt in geval van ongeval op de weg naar of van het aanwervingslokaal een proces-verbaal opgemaakt door de politie.

De betrokken arbeider moet op CEPG een aangifte indienen. Alle briefjes in verband met dokterskosten of apothekerskosten kunnen op CEPG te worden binnengebracht.

De arbeidsongeschiktheidsvergoedingen worden door de mutualiteit betaald. CEPG betaalt een bijkomende vergoeding ten laste van de verzekeringsmaatschappij nadat de exacte mutualiteitsuitkering bekend is; op die wijze ontvangt de havenarbeider dezelfde voordelen als bij arbeidsongeval.

De OWAL-verzekering geldt eveneens voor eventuele ongevallen op weg van en naar CEPG of van en naar een vergadering van een vakbondsbestuur, en voor ongevallen tijdens de foreman- en MT-opleidingen.

Jaarlijks vakantie

In principe heeft elke havenarbeider van het algemeen contingent in totaal recht op 20 dagen verlof per kalenderjaar.

De verdeling hiervan staat in verhouding tot het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen in het voorgaande kalenderjaar:

aantal gewerkte en gelijkgestelde dagen van het kalenderjaar
die in aanmerking komen voor de berekening
aantal dagen wettelijke vakantie waarop
aanspraak kan worden gemaakt
aantal dagen dubbele bestaanszekerheid waarop
aanspraak kan worden gemaakt
minder dan 10 dagen 0 0
tussen 10 en 19,5 dagen 1 9
tussen 20 en 38,5 dagen 2 9
tussen 39 en 47,5 dagen 3 9
tussen 48 en 66,5 dagen 4 9
tussen 67 en 76,5 dagen 5 9
tussen 77 en 86,5 dagen 6 9
tussen 87 en 96,5 dagen 7 9
tussen 97 en 105,5 dagen 8 9
tussen 106 en 124,5 dagen 9 8
tussen 125 en 134,5 dagen 10 8
tussen 135 en 143,5 dagen 11 7
tussen 144 en 153,5 dagen 12 6
tussen 154 en 162,5 dagen 13 5
tussen 163 en 181,5 dagen 14 4
tussen 182 en 191,5 dagen 15 3
tussen 192 en 201,5 dagen 16 3
tussen 202 en 211,5 dagen  17 2
tussen 212 en 220,5 dagen 18 1
tussen 221 en 230,5 dagen 19 0
231 dagen en meer 20 0

Er kan slechts aanspraak worden gemaakt op dagen "dubbele bestaanszekerheid" nadat alle wettelijke vakantiedagen effectief zijn opgebruikt.

Wanneer de som van wettelijke vakantiedagen en dagen DBZ volgens bovenstaande tabel de som van 20 dagen niet bereikt, worden de ontbrekende dagen aangevuld met dagen VV. Een dag VV wordt vergoed zoals een gewone werkloosheidsdag.

Vakantie is nooit overdraagbaar naar het volgend jaar en moet dus steeds opgenomen worden uiterlijk op 31 december, zo niet zal de RVA overgaan tot het terugvorderen van werkloosheidsdagen ten belope van het aantal niet opgenomen dagen wettelijke vakantie.

De 20 dagen vakantie (wettelijke vakantie, DBZ, VV), waarop een havenarbeider recht verkrijgt na een volledig refertejaar, en de bijkomende vakantiedagen (anciënniteitsvakantie, herverdelingsdagen) moeten worden opgenomen volgens de bepalingen van de vakantieregeling die elk jaar met het loonboek wordt meegegeven.

Ziekte

In geval van ziekte moet binnen de 48 uur van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid een doktersattest worden binnengebracht bij of per post opgestuurd naar de Centrale Betaalkassen der CEPG, waar eveneens het loonboek zo spoedig mogelijk moet worden ingeleverd.

Bovendien dient eveneens binnen de 48 uur het formulier "getuigschrift van arbeidsongeschiktheid" dat vooraf door de behandelende geneesheer werd ingevuld, aan de mutualiteit te worden overgemaakt. Het niet stipt naleven van deze vereisten, kan zeer ernstige gevolgen hebben op het vlak van de betaling van de arbeidsongeschiktheidsvergoedingen.

De meeste mutualiteiten versturen na ontvangst van het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid ('vertrouwelijk') de verschillende rubrieken van het inlichtingsblad naar CEPG en de havenarbeider zelf.

De rubriek "in te vullen door de werkgever" wordt door CEPG aangevuld en teruggestuurd naar de mutualiteit.

De rubriek "in te vullen door de gerechtigde" dient de havenarbeider zelf in te vullen en terug te sturen naar de mutualiteit.

Bij ziekte dient men vanaf de eerste dag de ziektevergoedingen vanwege zijn mutualiteit te ontvangen.

Vanwege CEPG wordt, onder bepaalde voorwaarden, een bijkomende ziektevergoeding betaald gedurende de eerste drie maanden van de ziekte. Deze bijkomende ziektevergoeding wordt slechts betaald voor zover de betrokken havenarbeider gedurende minstens één maand in het contingent van de erkende losse havenarbeiders is ingeschreven. Ze is niet verschuldigd aan de arbeider die in de loop van de dertig kalenderdagen voor de ziekte meer dan een halve dag onwettig afwezig was.

Let wel: er ontstaat geen recht op een "bijkomende" ziektevergoeding indien er - om welke reden ook - geen recht bestaat op een ziekte-uitkering vanwege de mutualiteit!