|
|
paritair comité voor de
zeevisserij
CAO wijzigingen sectoraal pensioenstelsel
|
Collectieve
arbeidsovereenkomst van 23 december 2008
Wijziging en vervanging van de collectieve
arbeidsovereenkomst van 19 januari 2006
houdende invoering van een sectoraal
pensioenstelsel ten behoeve van de erkende
zeevissers (Overeenkomst geregistreerd op 27
januari 2009 onder het nummer 90450/CO/143)
HOOFDSTUK I. -
Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze collectieve
arbeidsovereenkomst is van toepassing op de
reders en de werknemers die ressorteren
onder het Paritair Comité voor de
zeevisserij nr. 143 en die onder het
toepassingsgebied vallen van het koninklijk
besluit van 17 februari 2005 tot uitvoering
van de bepalingen van de wet van 3 mei 2003
tot regeling van de arbeidsovereenkomst
wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en
tot verbetering van het sociaal statuut van
de zeevisserij.
HOOFDSTUK II. -
Doelstelling
Art. 2. Het doel van onderhavige collectieve
arbeidsovereenkomst is aan alle werknemers
tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst
wegens scheepsdienst voor de zeevisserij
(artikel 4 van de wet van 3 mei 2003), die
een erkenning hebben verkregen als zeevisser
een aanvullend pensioen te verzekeren en in
een forfaitaire dekking te voorzien bij
overlijden of permanente
arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een
arbeidsongeval.
HOOFDSTUK III. -
Inrichter
Art. 3. Het fonds voor bestaanszekerheid, "Zeevissersfonds"
genaamd dat werd opgericht bij collectieve
arbeidsovereenkomst van 29 augustus 1986
gesloten in het Paritair Comité van de
zeevisserij, treedt op als inrichter.
HOOFDSTUK IV. -
Pensioeninstelling
Art. 4. De verzekeringsinstelling, belast
met de uitvoering van het sectoraal
pensioenstelsel voor de waarborgen
overlijden ten gevolge van een
arbeidsongeval en arbeidsongeschiktheid is
Fortis Corporate Insurance NV, toegelaten
onder het nr. 0745 overeenkomstig artikel 66
van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle der verzekeringsondernemingen.
De pensioeninstelling, belast met het beheer
van het sectoraal pensioenstelsel voor de
waarborg leven, is Fortis Insurance Belgium,
NV, R.P.R. 0404.494.849, toegelaten onder
het nr. 0079 overeenkomstig de laatste
alinea van artikel 4 van de wet van 9 juli
1975 betreffende de controle der
verzekeringsondernemingen. Het beheer zal
uitgevoerd worden door de pensioeninstelling
overeenkomstig de bepalingen van een
beheersovereenkomst gesloten tussen de
inrichter en de pensioeninstelling.
Art. 5. Het pensioenreglement van dit
sectoraal pensioenstelsel wordt gevoegd als
bijlage 1 bij deze collectieve
arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK V. -
Bijdrage en aanwending
Afdeling 1. - Aanvullend pensioen
Art. 6. Het aanvullend pensioen wordt
gefinancierd door een jaarlijkse bruto
bijdrage van 425,00 EUR per 200 gepresteerde
RSZ-dagen per verzekeringsjaar
tewerkstelling als erkend zeevisser. Deze
bijdrage wordt verhoogd met toepasselijke
kosten en premietaksen. Als de zeevisser
minder dan 200 gepresteerde RSZ-dagen als
erkende zeevisser kan bewijzen per
verzekeringsjaar wordt de bijdrage pro rata
berekend om rekening te houden met de
werkelijke gepresteerde RSZ-dagen.
Art. 7. De bruto bijdrage verhoogd met de
toepasselijke kosten en premietaksen zal
door het Zeevissersfonds worden betaald,
enerzijds met middelen uit de afhouding van
de bruto bijdrage verhoogd met de
toepasselijke kosten en premietaksen van de
door de werkgever aan het Zeevissersfonds
verschuldigde wettelijk verplichte bijdragen
en anderzijds met middelen uit de
terugvordering van de bruto bijdrage
verhoogd met de toepasselijke kosten en
premietaksen van de werkgevers van wie niet
vaststaat dat zij wettelijke verplichtingen
aan het Zeevissersfonds hebben.
Art. 8. Deze bijdrage wordt jaarlijks
aangepast op 1 januari aan de evolutie van
de gezondheidsindex met als basis het laatst
gekende indexcijfer op 1 januari 2006.
Art. 9. Deze bijdrage wordt aangewend voor
een pensioenopbouw in de
verzekeringscombinatie "Uitgesteld Kapitaal
met Tegenverzekering van de Reserves".
Afdeling 2. - Forfaitaire dekking
Art. 10. De forfaitaire dekkingen worden
gefinancierd door een jaarlijkse bruto
bijdrage van 75,00 EUR. Deze bijdrage wordt
verhoogd met de toepasselijke kosten en
premietaksen.
Art. 11. De bruto bijdrage verhoogd met de
toepasselijke kosten en premietaksen zal
door het Zeevissersfonds worden betaald,
enerzijds met middelen uit de afhouding van
de bruto bijdrage verhoogd met de
toepasselijke kosten en premietaksen van de
door de werkgever aan het Zeevissersfonds
verschuldigde wettelijk verplichte bijdragen
en anderzijds met middelen uit de
terugvordering van de bruto bijdrage
verhoogd met de toepasselijke kosten en
premietaksen van de werkgevers van wie niet
vaststaat dat zij wettelijke verplichtingen
aan het Zeevissersfonds hebben.
Art. 12. Deze bijdrage wordt jaarlijks
aangepast op 1 januari volgens dezelfde
evolutie als het wettelijk maximum zoals
bepaald door de wetgeving inzake
arbeidsongevallen met als basis
laatstgekende indexcijfer op 1 januari 2006.
Art. 13. Deze bijdrage wordt aangewend voor
:
- een forfaitair eenmalig kapitaal van
25.000 EUR bij overlijden door een
arbeidsongeval;
- een forfaitair eenmalig kapitaal van
25.000 EUR bij permanente
arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 pct.
door een arbeidsongeval.
Art. 14. De forfaitaire dekkingen van 25.000
EUR worden jaarlijks aangepast op 1 januari
aan de evolutie van de index overeenkomstig
artikel 39 van de Arbeidsongevallenwet van
10 april 1971 met als basis het laatst
gekende indexcijfer op 1 januari 2006.
HOOFDSTUK VI. -
Uittreding
Art. 15. De procedure van uittreding uit het
sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld
overeenkomstig de bepalingen opgenomen in
het als bijlage 1 bij deze collectieve
arbeidsovereenkomst opgenomen
pensioenreglement.
HOOFDSTUK VII. -
Duur
Art. 16. Huidige collectieve
arbeidsovereenkomst wijzigt en vervangt de
collectieve arbeidsovereenkomst van 19
januari 2006 met ingang van 1 januari 2009.
Art. 17. Zij kan worden opgeheven mits
aangetekende brief aan de voorzitter van het
paritair comité waarbij een opzegtermijn van
zes maanden wordt gerespecteerd.
Gezien om te worden gevoegd bij het
koninklijk besluit van 19 november 2009.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk
en Gelijke Kansen, belast met het Migratie-
en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Bijlage 1 aan de collectieve
arbeidsovereenkomst van 23 december 2008,
gesloten in het Paritair Comité voor de
zeevisserij, tot wijziging en vervanging van
de collectieve arbeidsovereenkomst van 19
januari 2006 houdende invoering van een
sectoraal pensioenstelsel ten behoeve van de
erkende zeevissers
Zeevissersfonds
Pensioenreglement
Algemeen
Het huidige reglement treedt in werking op 1
januari 2009 volgens de modaliteiten van de
collectieve arbeidsovereenkomst van 23
december 2008 gesloten in het Paritair
Comité van de zeevisserij (PC 143), die de
collectieve arbeidsovereenkomst van 19
januari 2006 gesloten in het Paritair Comité
van de zeevisserij (PC 143) houdende de
invoering van een sectoraal pensioenstelsel
ten behoeve van de erkende zeevissers
wijzigt en vervangt.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt
verstaan onder :
|
Aangeslotene |
Alle
werknemers tewerkgesteld met een
arbeidsovereenkomst wegens
scheepdienst voor de zeevisserij
(artikel 4 van de wet van 3 mei
2003), die een erkenning hebben
verkregen als zeevisser.
|
|
Arbeidsongeval |
Een
arbeidsongeval dat zich tijdens en
door het feit van de uitvoering van
een arbeidsovereenkomst wegens
scheepsdienst voor de zeevisserij
heeft voorgedaan. |
|
Bijdrage
|
De
bijdragen die door de inrichter
gestort worden als tegenwaarde van
de verbintenissen van de
pensioeninstelling en van de
verzekeringsinstelling. |
|
CBFA
|
De
openbare instelling opgericht bij
artikel 29 van de wet van 9 juli
1975 en beheerst door de wet van 2
augustus 2002 betreffende het
toezicht op de financiële sector en
de financiële diensten. |
|
Datum van
inwerkingtreding |
1 januari
2009 |
|
Erkend
zeevisser |
De
werknemer die erkend wordt als
zeevisser overeenkomstig de
bepalingen van het koninklijk
besluit van 17 februari 2005 tot
uitvoering van de bepalingen van de
wet van 3 mei 2003 tot regeling van
de arbeidsovereenkomst wegens
scheepsdienst voor de zeevisserij en
tot verbetering van het sociaal
statuut van de zeevisser.
|
|
Financieringsfonds |
Stelsel
van collectieve reserve, dat beheerd
wordt overeenkomstig de in het
huidig pensioenreglement
gedefinieerde doelstellingen en
bepalingen. |
|
Gepresteerde RSZ-dagen |
Al de
dagen die deel uitmaken van een
arbeidsovereenkomst wegens
scheepsdienst voor de zeevisserij,
zoals omschreven bij de artikel 8,
leden 1 en 2 van de wet van 3 mei
2003 tot regeling van de
arbeidsovereenkomst wegens
scheepsdienst voor de zeevisserij en
tot verbetering van het sociaal
statuut van de zeevisser.
|
|
Inrichter
|
Het fonds
voor bestaanszekerheid, "Zeevissersfonds"
genaamd dat werd opgericht bij
collectieve arbeidsovereenkomst van
29 augustus 1986 gesloten in het
Paritair Comité van de zeevisserij.
|
|
Jaarlijkse
aanpassing |
De datum
waarop de aanpassing van de lopende
contracten plaatsvindt, met name bij
het begin van elk verzekeringsjaar.
|
|
Pensioendatum |
De eerste
dag van de maand die volgt op de 60e
verjaardag van de aangeslotene.
|
|
Pensioeninstelling |
Fortis
Insurance Belgium NV, R.P.R.
0404.494.849, toegelaten onder het
nr. 0079 overeenkomstig de laatste
alinea van artikel 4 van de wet van
9 juli 1975 betreffende de controle
der verzekeringsondernemingen die
wordt belast met het verzekeren van
de waarborg leven zoals gedefinieerd
in artikel 7. |
|
Pensioentoezegging |
De
toezegging van een aanvullend
pensioen conform onderhavig
pensioenreglement door de inrichter
aan de aangeslotenen en/of hun
rechthebbenden. |
|
Slaper
|
Gewezen
werknemer die de actuele of
uitgestelde rechten blijft genieten
conform huidig reglement.
|
|
Toezegging
van het type "vaste bijdragen"
|
De
verbintenis tot het betalen aan de
pensioeninstelling van vooraf
vastgestelde premies tot
financiering van de
pensioentoezegging. |
|
Uittreding
|
Intrekking
van de erkenning als zeevisser
anders dan door overlijden of
pensionering. |
|
Verworven
reserves |
De
wiskundige reserves waarop de
aangeslotene op een bepaald ogenblik
recht heeft overeenkomstig dit
pensioenreglement. |
|
Verzekeringsinstelling |
Fortis
Corporate Insurance NV, toegelaten
onder het nr. 0745 overeenkomstig
artikel 66 van de wet van 9 juli
1975 betreffende de controle der
verzekeringsondernemingen die wordt
belast met het verzekeren van de
waarborgen overlijden en
arbeidsongeschiktheid zoals
gedefinieerd in artikels 8 en 9.
|
|
Verzekeringsjaar |
Het jaar
dat aanvangt op 1 januari en eindigt
op 31 december daaropvolgend.
|
|
Wet
betreffende de aanvullende
pensioenen of WAP |
De wet van
28 april 2003 betreffende de
aanvullende pensioenen en het
belastingsstelsel van die pensioenen
en van sommige aanvullende voordelen
op het gebied van sociale zekerheid.
|
Art. 2. Voorwerp
De inrichter sluit onderhavig
pensioenreglement af met het oog op het
financieren van een sectoraal
pensioenstelsel ten gunste van de werknemers
die ressorteren onder de collectieve
arbeidsovereenkomst van 23 december 2008
gesloten in het Paritair Comité van de
zeevisserij (PC 143), die de collectieve
arbeidsovereenkomst van 19 januari 2006
gesloten in het Paritair Comité van de
zeevisserij (PC 143) houdende de invoering
van een sectoraal pensioenstelsel ten
behoeve van de erkende zeevissers wijzigt en
vervangt.
Het doel van het sectoraal pensioenstelsel
is het garanderen, buiten de wettelijke
verplichtingen inzake pensioenen en ter
verhoging ervan :
- aan de aangeslotene, een kapitaal of een
levenslange lijfrente indien hij in leven is
op de pensioendatum of aan de begunstigde
bij overlijden de verworven reserves;
- aan de begunstigden voorzien door
onderhavig reglement, een kapitaal in geval
van overlijden van de aangeslotene ten
gevolge van een arbeidsongeval;
- aan de aangeslotenen, een kapitaal in
geval van permanente arbeidsongeschiktheid
van meer dan 66 pct. ten gevolge van een
arbeidsongeval.
Art. 3. Deelnemerschap
1. Alle erkende zeevissers worden verplicht
in de pensioentoezegging opgenomen vanaf de
eerste dag van de maand volgend op of
samenvallend met de maand waarin de
werknemer zijn erkenning als zeevisser heeft
verkregen;
2. De opname in onderhavige
pensioentoezegging geschiedt echter ten
vroegste op de datum van inwerkingtreding
zonder afbreuk te doen aan de reeds in
toepassing van collectieve
arbeidsovereenkomst van 19 januari 2006
gesloten in het Paritair Comité van de
zeevisserij (PC 143) houdende de invoering
van een sectoraal pensioenstelsel ten
behoeve van de erkende zeevissers bestaande
aansluitingen aan huidige sectoraal
pensioenstelsel;
3. Het deelnemerschap eindigt :
a. op de pensioendatum, dit is de 1ste dag
van de maand volgend op de 60e verjaardag
van de Aangeslotene;
b. bij overlijden van de aangeslotene vóór
de pensioendatum;
c. op de eerste dag van de maand volgend op
of samenvallend met de maand waarin de
erkenning als zeevisser wordt ingetrokken.
Art. 4. Bijdragen
1. De waarborgen leven, overlijden ten
gevolge van een arbeidsongeval en
arbeidsongeschiktheid zoals ze worden
gedefinieerd in artikelen 7, 8 en 9, worden
voor elke aangeslotene gefinancierd door een
brutobijdrage.
De bijdragen voor de waarborg leven worden
geput uit het met dit doel ingericht
financieringsfonds, zoals omschreven in
artikel 16. De bijdragen voor de waarborgen
overlijden ten gevolge van een
arbeidsongeval en permanente
arbeidsongeschiktheid worden rechtstreeks
aan de verzekeringsinstelling betaald.
2. De totale bijdrage voor de waarborg leven
wordt vastgesteld op 425 EUR per jaar. De
bijdrage voor de waarborg overlijden ten
gevolge van een arbeidsongeval en permanente
arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op
75 EUR per erkende zeevisser per
verzekeringsjaar.
3. De bijdrage voor de waarborg leven wordt
bij de aanvang van ieder verzekeringsjaar
geïndexeerd op basis van de evolutie van de
gezondheidsindex met als basis het laatst
gekende indexcijfer op 1 januari 2006. De
bijdrage voor de waarborg overlijden ten
gevolge van een arbeidsongeval en permanente
arbeidsongeschiktheid wordt jaarlijks
aangepast op 1 januari volgens dezelfde
evolutie als het wettelijk maximum zoals
bepaald door de wetgeving inzake
arbeidsongevallen met als basis laatsgekende
indexcijfer op 1 januari 2006.
4. De bijdragen verschuldigd voor de
waarborgen overlijden ten gevolge van een
arbeidsongeval en permanente
arbeidsongeschiktheid worden bij de aanvang
van ieder verzekeringsjaar rechtstreeks aan
de verzekeringsinstelling betaald.
5. De bijdrage voor de waarborg leven wordt
trimestrieel berekend en betaald op basis
van het aantal gepresteerde RSZ-dagen van de
aangeslotene in het afgelopen trimester. Per
verzekeringsjaar worden maximum 200
gepresteerde RSZ-dagen in aanmerking
genomen. Deze bijdrage voor de waarborg
leven wordt door de inrichter berekend en
meegedeeld aan de pensioeninstelling.
6. De pensioeninstelling en de
verzekeringsinstelling dekken de
aangeslotene op basis van de gegevens, zoals
die door de inrichter worden overgemaakt en
waarbij de inrichter instaat voor de
nauwkeurigheid van de inlichtingen.
7. De bijdragen zijn verschuldigd vanaf het
ogenblik waarop de werknemer als
aangeslotene in de pensioentoezegging wordt
opgenomen.
8. De inrichter neemt de bijdragen en daarop
verschuldigde taksen, sociale
zekerheidsbijdragen en andere kosten ten
hare laste en maakt ze over aan het
financieringsfonds.
Art. 5. Verzekeringstechniek
1. De bijdrage voor de waarborg leven wordt
aangewend als een koopsom op de individuele
rekening van elk der aangeslotenen.
2. De verzekeringstechniek die aangewend
wordt om de waarborg leven te financieren is
deze van "Uitgesteld Kapitaal Met
Terugbetaling van de Reserve bij vroegtijdig
overlijden" (U.K.M.T.R.).
3. De pensioeninstelling gaat een
resultaatsverbintenis aan voor de
kapitalisatie van de gestorte bijdragen voor
de waarborg leven op basis van het tarief
neergelegd bij de CBFA en volgens de
eventuele bijkomende modaliteiten voorzien
in het pensioenreglement.
Art. 6. Verdaging van de pensioendatum
1. De aanwezige reserve op 60 jaar wordt
aangewend als koopsom voor een
verzekeringstechniek met als einddatum de 1e
van de maand volgend op de eerstvolgende
verjaardag van de aangeslotene. Deze
verzekeringstechniek gebeurt in het tarief
"Uitgesteld Kapitaal Met Terugbetaling van
de Reserve bij vroegtijdig overlijden" (U.K.M.T.R.)
zoals omschreven in artikel 5, § 2 van
onderhavig pensioenreglement, en wordt ieder
jaar herhaald met als nieuwe einddatum
telkens één jaar later.
2. De waarborgen overlijden ten gevolge van
een arbeidsongeval en permanente
arbeidsongeschiktheid, zoals beschreven in
artikelen 8 en 9, worden behouden tot
uiterlijk de 1ste van de maand volgend op de
70e verjaardag van de aangeslotene.
Art. 7. Waarborg leven
1. Onverminderd de bepalingen in verband met
de minimum garantie voorzien door de
wetgeving en reglementering van toepassing
op de aanvullende pensioenen, waarborgt de
inrichter geen rendement.
2. Het rendement is gelijk aan de som van de
intrestvoet en van de eventuele
winstdeelname toegekend door de
pensioeninstelling aan de individuele
rekeningen.
3. De aangeslotene heeft onmiddellijk
aanspraak op zijn verworven reserves.
4. De verworven reserves zijn minimaal
gelijk aan de reserves die krachtens de WAP
en haar uitvoeringsbesluiten moeten worden
opgebouwd.
5. Zolang de aangeslotene tewerkgesteld is
als erkend zeevisser kan hij geen
uitbetaling van de verworven reserves
krijgen.
6. Afkoop der verworven reserves vóór de
pensioendatum, voorschotten op de contracten
en in pandgevingen zijn niet toegelaten.
7. De aangeslotene heeft bij zijn
uittreding, bij pensionering, of bij
opheffing van de pensioentoezegging minstens
recht op de verworven reserves desgevallend
aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in
toepassing van de wetgeving en
reglementering van toepassing op de
aanvullende pensioenen.
8. Indien bij uittreding, pensionering of
opheffing van de pensioentoezegging de
verworven reserves ontoereikend zijn ten
opzichte van de waarborg voorzien in artikel
7, § 7 wordt het financieringsfonds
aangewend om het saldo bij te financieren
via een koopsom op de individuele rekening
van de aangeslotene. Indien de middelen van
het financieringsfonds die geen andere
verbintenissen van de inrichter dekken
ontoereikend zouden zijn, stort de inrichter
een bijkomende eenmalige bijdrage.
9. De individuele rekening wordt gesloten
wanneer een aangeslotene overlijdt, wanneer
hij bij uittreding kiest om zijn verworven
reserves te transfereren conform artikel 13,
§ 1, a) en b) of wanneer hij de
pensioendatum bereikt.
10. Indien de aangeslotene in leven is op de
pensioendatum worden de verworven reserves
uitgekeerd aan de aangeslotene.
Art. 8. Waarborg overlijden
1. Ingeval van overlijden van de
aangeslotene vóór de pensioendatum, worden
de verworven reserves uitgekeerd aan de
begunstigde(n).
2. Ingeval van overlijden van de
aangeslotene ten gevolge van een
arbeidsongeval wordt een bijkomend kapitaal
overlijden voorzien ten behoeve van de
begunstigde(n).
a. Dit kapitaal overlijden is gelijk aan :
25.000 EUR.
b. Dit kapitaal overlijden wordt jaarlijks
aangepast op 1 januari aan de evolutie van
de index overeenkomstig artikel 39 van de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 met
als basis het laatst gekende indexcijfer op
1 januari 2006.
3. Bij overlijden wordt de volgende rangorde
van begunstigde(n) in aanmerking genomen :
a. voor de gehuwde aangeslotenen : de
echtgeno(o)te van de aangeslotene indien
niet gerechtelijk van tafel en bed
gescheiden of in aanleg tot echtscheiding of
gerechtelijke scheiding van tafel en bed,
respectievelijk voor de wettelijke
samenwonende aangeslotenen (1) : de
overlevende partner;
b. bij ontstentenis, de kinderen van de
aangeslotene en bij plaatsvervulling hun
afstammelingen;
c. bij ontstentenis, de wettige erfgenamen
van de aangeslotene, met uitsluiting van de
Staat;
d. bij ontstentenis, het financieringsfonds.
Aangeslotene kan hiervan altijd afwijken om
de bovengenoemde rangorde te wijzigen en/of
zelf een begunstigde aan te duiden. Deze
afwijking wordt vermeld in een door de
aangeslotene ondertekende gedateerde
verklaring gericht aan de Inrichter waarbij
de laatste verklaring doorslaggevend zal
zijn.
4. Indien er meerdere begunstigden zijn,
wordt de waarborg overlijden in gelijke
delen onder hen verdeeld.
5. De uitkeringen worden rechtstreeks aan de
begunstigde(n) gedaan. De inrichter behoudt
zich het recht voor bij de uitkeringen een
levensbewijs te vragen van de begunstigde(n)
of ieder bijkomend document om de identiteit
van de begunstigde(n) te verifiëren.
6. De belastingen, voorheffingen, rechten,
taksen of belastingen op kapitalen,
afkoopwaarden en renten zijn ten laste van
de begunstigde(n).
Art. 9. Waarborg arbeidsongeschiktheid
1. Ingeval van een permanente
arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 pct.
van de aangeslotene ten gevolge van een
arbeidsongeval wordt een kapitaal
arbeidsongeschiktheid voorzien ten behoeve
van de aangeslotene.
a. Dit kapitaal arbeidsongeschiktheid is
gelijk aan : 25.000 EUR.
b. Dit kapitaal arbeidsongeschiktheid wordt
jaarlijks aangepast op 1 januari aan de
evolutie van de index, overeenkomstig
artikel 39 van de arbeidsongevallenwet van
10 april 1971 met als basis het laatst
gekende indexcijfer op 1 januari 2006.
2. De belastingen, voorheffingen, rechten,
taksen of belastingen op kapitalen,
afkoopwaarden en renten zijn ten laste van
de aangeslotene.
Art. 10. Transparantie
1. De inrichter overhandigt op eenvoudig
verzoek van de aangeslotene de tekst van dit
voorliggend reglement en alle latere
wijzigingen hiervan.
2. De pensioeninstelling zal jaarlijks een
verslag over het beheer van de
pensioentoezegging opstellen en ter
beschikking stellen van de inrichter. Op
eenvoudig verzoek van de aangeslotene, deelt
de Inrichter dit verslag mee aan de
Aangeslotene. Het verslag wordt opgesteld
volgens de modaliteiten bepaald in artikel
42 van de WAP.
3. De pensioeninstelling stelt een
schriftelijke verklaring op met de principes
van haar beleggingsbeleid. Deze verklaring
wordt ter beschikking gesteld van de
inrichter die ze op eenvoudig verzoek aan de
aangeslotene bezorgt. De verklaring wordt
tenminste om de drie jaar herzien en
onmiddellijk na elke belangrijke wijziging
van het beleggingsbeleid.
4. De pensioeninstelling zal jaarlijks aan
alle aangeslotenen een pensioenfiche
bezorgen, met gedetailleerde gegevens over
de verworven reserves van de aangeslotene.
De pensioenfiche wordt opgesteld volgens de
modaliteiten bepaald in artikel 26 van de
WAP.
5. De inrichter overhandigt op eenvoudig
verzoek van de aangeslotene een historisch
overzicht van de verworven reserves volgens
de modaliteiten bepaald in artikel 26, § 2
van de WAP.
6. De pensioeninstelling deelt
overeenkomstig de bepalingen van artikel 26,
§ 3 van de WAP tenminste om de vijf jaar het
bedrag mee van de verwachte rente op de
leeftijd van 65 jaar, zonder aftrek van de
belastingen, aan alle aangeslotenen vanaf de
leeftijd van 45 jaar.
7. De inrichter informeert de aangeslotene
aangaande het recht tot omvorming van de
reserves in rente, en dit twee maanden vóór
de pensioendatum. In geval van overlijden
van de aangeslotene, zal de inrichter de
begunstigde(n) van de aangeslotene
informeren over dit recht op omzetting, en
dit binnen de twee weken nadat de inrichter
op de hoogte werd gebracht van het
overlijden van de aangeslotene.
Art. 11. Voorwaarden tot fiscale aftrek
Overeenkomstig de beschikkingen van het
Wetboek der Inkomstenbelastingen, zijn de
aftrek van de bijdrage leven ten laste van
de inrichter slechts toegestaan in de mate
waarin de toekenningen naar aanleiding van
pensionering, zowel de wettelijke als de
extra-wettelijke, uitgedrukt in jaarlijkse
renten, met uitzondering van de toekenningen
uit hoofde van persoonlijk onderschreven
individuele levensverzekeringen, niet meer
bedragen dan 80 pct. van de laatste normale
bruto-jaarbezoldiging. Hierbij wordt
rekening gehouden met de normale duur van de
beroepswerkzaamheid, de overdraagbaarheid
ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e)
(met een maximum van 80 pct.) en de
voorziene indexatie van de rente (met een
maximum van 2 pct.).
Art. 12. Vereffening
1. Bij vereffening kan de aangeslotene of de
begunstigde(n) kiezen tussen hetzij de
éénmalige uitbetaling van de waarborg leven,
overlijden of arbeidsongeschiktheid in
kapitaal, hetzij een omzetting in een
levenslange rente.
2. Naar keuze van de aangeslotene of de
begunstigde(n) kan het gaan om een lijfrente
die enkel aan hem betaald wordt of om een
lijfrente die in geval van later overlijden
van de begunstigde voor maximaal 80 pct.
overdraagbaar is op de overlevende echtgeno(o)t(e)
of wettelijke samenwonende partner van de
begunstigde. De begunstigde kan kiezen voor
een jaarlijkse vaste indexatie van de
lijfrente met ten hoogste 2 pct.
3. De berekening van de omzetting van
kapitaal in rente zal gebeuren in
overeenstemming met artikel 19, § 1 van het
koninklijk besluit van 14 november 2003 tot
uitvoering van de wet van 28 april 2003
betreffende de aanvullende pensioenen en het
belastingstelsel van die pensioenen en van
sommige aanvullende voordelen inzake sociale
zekerheid.
4. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente
bij de aanvang ervan lager is dan of gelijk
aan 500 EUR, wordt de prestatie in de vorm
van een kapitaal uitbetaald. Het minimum
bedrag van 500 EUR wordt geïndexeerd volgens
de bepalingen van de wetgeving en
reglementering van toepassing op de
aanvullende pensioenen (spilindex basis 1996
: op 1 januari 2004 = 111,64; op 1 januari
2007 = 118,47).
Art. 13. Uittreding
1. Indien de erkenning als zeevisser van een
aangeslotene vóór de pensioendatum wordt
opgeheven, kan hij beschikken over zijn
opgebouwde reserve en heeft hij de volgende
keuze om zijn reserve aan te wenden :
a. De verworven reserves over te dragen naar
de pensioeninstelling van ofwel de nieuwe
werkgever met wie hij een
arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien
hij wordt aangesloten bij de
pensioentoezegging van die werkgever, ofwel
de nieuwe rechtspersoon - paritair
samengesteld - waaronder de werkgever
ressorteert met wie hij een
arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien
hij wordt aangesloten bij de
pensioentoezegging van die rechtspersoon;
b. De verworven reserves over te dragen naar
een pensioeninstelling die de totale winst
onder de aangeslotenen in verhouding tot hun
reserves verdeelt en de kosten beperkt
volgens de regels vastgesteld door de
Koning;
c. De verworven reserves bij de
pensioeninstelling te laten.
2. De inrichter licht de pensioeninstelling
in over de uitdiensttreding, en dit
uiterlijk binnen één jaar te rekenen vanaf
de datum van uitdiensttreding.
De inrichter zal, uiterlijk binnen de 30
dagen na deze kennisgeving, de volgende
gegevens schriftelijk meedelen aan de
aangeslotene :
a. Bedrag van de verworven reserves;
b. De verschillende keuzemogelijkheden
bedoeld in artikel 13, § 1.
De aangeslotene zal binnen de 30 dagen na
deze kennisgeving aan de pensioeninstelling
zijn keuze meedelen. Indien de aangeslotene
zijn keuze niet meedeelt binnen
bovenvermelde termijn van 30 dagen, dan
wordt hij verondersteld ervoor gekozen te
hebben om zijn verworven reserves bij de
pensioeninstelling te laten.
De aangeslotene kan te allen tijde vragen
aan de pensioeninstelling om zijn verworven
reserves over te dragen naar een andere
pensioeninstelling overeenkomstig artikel
13, § 1, a of b.
Art. 14. Wijziging of opheffing van de
pensioentoezegging
A. Wijziging of opheffing van de
pensioentoezegging
1. De inrichter kan de Pensioentoezegging
wijzigen, opheffen of overdragen naar een
andere pensioeninstelling, mits eerbiediging
van de voorschriften neergelegd in de WAP.
In geen geval mag echter inbreuk gemaakt
worden op de voordelen opgebouwd uit de door
de Inrichter aan de pensioeninstelling tot
het tijdstip van wijziging of opheffing
reeds betaalde respectievelijk nog te
betalen bijdragen voor de waarborg leven.
De afbouw of de opheffing van de
pensioentoezegging is slechts mogelijk,
onder voorbehoud van eventuele andere
sociale wetgeving, wanneer zich één of meer
hierna omschreven omstandigheden voordoen :
a. Bij invoering van nieuwe of wijziging,
respectievelijk verdere uitwerking van de
bestaande wetgeving, rechtspraak,
richtlijnen van de controleoverheid en/of
andere maatregelen of feitelijke
omstandigheden die rechtstreeks of
onrechtstreeks een verhoging van de
kostprijs van de pensioentoezegging zouden
teweegbrengen;
b. Wanneer de wetgeving betreffende de
sociale zekerheid, waarop deze
pensioentoezegging een aanvulling vormt,
grondige wijzigingen zou ondergaan;
c. Wanneer sectorinterne of -externe
economische ontwikkelingen de handhaving van
de pensioentoezegging (in zijn ongewijzigde
vorm) niet langer in overeenstemming zouden
brengen met een gezonde bedrijfsvoering.
2. Indien op grond van het in voorgaand lid
bepaalde tot een afbouw of tot opheffing van
de pensioentoezegging wordt besloten, zal de
inrichter de aangeslotenen onmiddellijk van
haar beslissing in kennis stellen.
3. Zonder afbreuk te doen op artikel 16, § 5
van het reglement, in geval van definitieve
opheffing van de pensioentoezegging of in
geval van het verdwijnen van de inrichter,
om welke reden dan ook en zonder dat de
verplichtingen worden overgenomen door een
derde, worden de individuele rekeningen van
de aangeslotenen gereduceerd.
B. Verandering van pensioeninstelling en/of
overdrachten
1. Wanneer de groepsverzekering bij de
pensioeninstelling wordt stopgezet met
evenwel verderzetting van de
pensioentoezegging bij een andere
pensioeninstelling worden de individuele
rekeningen van de aangeslotenen gereduceerd.
2. De inrichter licht de CBFA
voorafgaandelijk in over de verandering van
de pensioeninstelling en van de eventueel
daaruit voortvloeiende overdracht van de
reserves. De inrichter stelt eveneens de
aangeslotenen hiervan in kennis.
3. Geen enkele vergoeding of verlies van
winstdelingen mag ten laste worden gelegd
van de aangeslotenen, of van de op het
ogenblik van de overdracht verworven
reserves worden afgetrokken.
4. In geval van verandering van
pensioeninstelling zonder overdracht van de
reserves blijft het financieringsfonds bij
de pensioeninstelling.
5. In geval van verandering van
pensioeninstelling met overdracht van de
reserves wordt het financieringsfonds mee
overgedragen, tenzij de inrichter anders
beslist.
Art. 15. Niet-betaling van de bijdragen
1. Bij niet-betaling van de bijdragen voor
de waarborg leven binnen de maand na hun
vervaldag, zal de pensioeninstelling een
aanmaning sturen naar de inrichter per
eenvoudig schrijven.
2. Indien er geen regeling is binnen de
maand volgend op het versturen van de
aanmaning, zal de pensioeninstelling een
ingebrekestelling sturen naar de inrichter
per aangetekend schrijven. Elke
schriftelijke mededeling van de Inrichter
aan de pensioeninstelling om de bijdragen
voor de waarborg leven niet meer te betalen
of om de afkoop te vragen, ontslaat de
pensioeninstelling van het versturen van een
ingebrekestelling per aangetekend schrijven.
3. In elk geval zal de pensioeninstelling de
aangeslotenen per eenvoudig schrijven op de
hoogte brengen van de niet-betaling van de
bijdragen voor de waarborg leven binnen drie
maanden na hun vervaldag.
4. De niet-betaling van de bijdragen voor de
waarborg leven leidt tot de reductie van het
contract na het verstrijken van een termijn
van dertig dagen te rekenen vanaf het
verzenden aan de inrichter van de
ingebrekestelling per aangetekend schrijven,
die de vervaldag van de bijdragen voor de
waarborg leven en de gevolgen van de
niet-betaling herinnert.
Art. 16. Financieringsfonds
1. In het kader van deze pensioentoezegging
wordt er een financieringsfonds opgericht.
2. Het financieringsfonds wordt gefinancierd
door :
a. voorschotbijdragen en bijdragen in het
kader van de waarborg leven die door de
inrichter in uitvoering van onderhavig
pensioenreglement gestort moeten worden.
b. de kapitalen overlijden waarvan het
financieringsfonds de begunstigde is.
c. De rendementen zoals bepaald onder
artikel 7, § 2, van het reglement die aan de
individuele rekeningen moeten toegekend
worden.
3. Het financieringsfonds dient om de
bijdragen van de waarborg leven die in
uitvoering van onderhavig pensioenreglement
gestort moeten worden, op de individuele
rekeningen te kunnen storten. De bijdragen
van de waarborg leven worden gestort op de
individuele rekeningen van de aangeslotenen
met een valutadatum gelijk aan de datum van
ontvangst van de premies in het
financieringsfonds.
4. De voorschotbijdragen dienen in het
financieringsfonds te blijven tot de ermee
overeenstemmende bijdragen voldaan werden.
5. In geval van definitieve opheffing van de
pensioentoezegging of in geval van het
verdwijnen van de inrichter, om welke reden
dan ook en zonder dat de verplichtingen
worden overgenomen door een derde, worden de
eventueel achterstallige bijdragen
aangezuiverd en wordt het financieringsfonds
daarna verdeeld onder de aangeslotenen in
verhouding tot hun verworven reserve, in
voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat
bij toepassing van artikel 24 van de WAP
wordt gewaarborgd en voor wat de renteniers
betreft, in verhouding tot het
vestigingskapitaal van de lopende rente.
Art. 17. Bescherming van de persoonlijke
levenssfeer
1. Om de pensioentoezegging te beheren,
verstrekt de inrichter of haar lasthebber,
het Sociaal Secretariaat van de Kust zoals
bepaald in het koninklijk besluit van 17
februari 2005 houdende erkenning van een
organisatie van werkgevers in uitvoering van
artikel 26 van de wet van 3 mei 2003 tot
regeling van de arbeidsovereenkomst wegens
scheepsdienst voor de zeevisserij en tot
verbetering van het sociaal statuut van de
zeevisser, een aantal persoonlijke gegevens
aan de pensioeninstelling.
2. De pensioeninstelling behandelt deze
gegevens vertrouwelijk en met het
uitsluitend doel tot het beheren van de
pensioentoezegging, met uitsluiting van elk
ander al dan niet commercieel oogmerk.
3. Iedere aangeslotene of begunstigde
waarvan persoonlijke gegevens bewaard
worden, heeft het recht om inzage en
verbetering van deze gegevens te verkrijgen,
middels schriftelijke verzoek aan de
pensioeninstelling met toevoegging van een
kopie van de identiteitskaart.
Art. 18. Slotbepalingen
1. Onderhavig pensioenreglement wordt
aangevuld enerzijds door een
beheersovereenkomst afgesloten tussen de
inrichter en de pensioeninstelling met de
verplichtingen van de betrokken partijen, de
administratieve procedures en de
tariferingsregels en anderzijds door een
polis overlijden door een arbeidsongeval en
permanente arbeidsongeschiktheid bij
arbeidsongeval, afgesloten tussen de
Inrichter en de verzekeringsinstelling.
2. De bepalingen van onderhavig
pensioenreglement worden aangevuld door de
algemene voorwaarden van de
pensioeninstelling. In geval van
strijdigheid primeren de bepalingen van
onderhavig pensioenreglement.
3. Op het pensioenreglement en de ermee
verband houdende contracten is het Belgisch
recht van toepassing. Eventuele geschillen
tussen de partijen in verband ermee behoren
tot de bevoegdheid van de Belgische
rechtbanken.
Nota
(1) Wettelijk samenwonende partner : de
persoon die met de aangeslotene samenleeft
onder de vorm van de wettelijke samenwoning
zoals bedoeld in artikels 1475 tot 1479 van
het Burgerlijk Wetboek, met name een
verklaring van wettelijke samenwoning
afgelegd voor de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente waar zich
de gemeenschappelijke woonplaats bevindt. De
partner van de aangeslotene moet voldoen aan
de hiervoor vermelde voorwaarden op het
ogenblik van
het overlijden van de
betrokken aangeslotene. |
|
|