|
Een beknopte geschiedenis van de eerste halve
eeuw van onze vakgroep kan niet beter verwoord
worden dan het artikel uit onze Jubileumuitgave van
ons vakblad “Transport” gepubliceerd in 1963.
De eerste benaming luidde: “Vereniging van
zetschippers, sleepbootpersoneel en binnenloodsen”.
Wegens het uitbreken van de 1ste Wereldoorlog kan
men pas van een eigenlijke activiteit spreken na
1918.
Een algemene staking in 1919 in de
binnenvaart heeft er voor gezorgd dat wij
vertegenwoordiging bekwamen in alle officiële
organismen waar de belangen van onze leden konden
verdedigd worden.
De Rijnvaartakkoorden kwamen tot stand
dankzij het feit dat onze Centrale op internationale
conferenties was vertegenwoordigd.
Onder de grote verbeteringen die wij in de loop van
die jaren aan de arbeidsvoorwaarden konden brengen,
dient zeker als voornaamste de wet van 1 april
1936 (Arbeidsovereenkomst wegens dienst op
binnenschepen) vermeld te worden waarin onze
rechten en plichten werden vastgelegd. Het
voornaamste artikel was zeker de vooropzeg.
Gedaan was het met “het van boord zetten” zonder
verwittiging. Onnodig er op te wijzen welke ellende
dit voor een schippersgezin met zich kon brengen. Na
de 2de Wereldoorlog hebben wij aan deze wet nog
merkelijke verbeteringen laten aanbrengen.
De Wet op de maatschappelijke zekerheid (van
1947) was ons werk. Met deze wet zijn wij erin
geslaagd het onderscheid weg te nemen dat steeds
gemaakt werd tussen onze arbeiders en de arbeiders
aan de wal.
Voortaan werd er regelmatig gestort voor pensioen,
ons betaald verlof werd een feit.
De Wet op de zondagrust (22 juni 1949)
betekende een eerste stap naar de vermindering van
de arbeidsduur. De 10-urige arbeidsdag en later de
55-urige arbeidsweek was de volgende stap.
Een wettelijke bemanningsregeling bracht ons, zowel
uit veiligheidsoverwegingen als uit sociaal oogpunt,
verbetering.
De lonen brachten wij op een peil, welke de
vergelijking kan doorstaan met gelijk welk beroep.
Voor het sleepbootpersoneel gelukten wij erin hun
arbeidstijd van 84 u per week op 45 u te brengen.
Een collectieve arbeidsovereenkomst voorzag sociale
voordelen, die in andere bedrijven toen nog niet
gekend waren.
En zo zouden wij voort kunnen gaan. Voor elke groep
hebben wij verbetering gebracht.
Onze organisatie is gegroeid tot de enige bond, die
met ontzag “in naam van de binnenvaart” kan spreken.
Steeds staan wij nog in de bres om verdere
verbeteringen door te voeren.
Wij voegen hier graag aan toe dat nu, in 2005, de
wekelijkse arbeidsduur 38 uren bedraagt… wij komen
van ver!
|